Samenwerken zonder muren; de kracht van een netwerk in de medische kindzorg
Goede netwerkzorg ontstaat niet vanzelf doordat veel mensen rondom een kind en gezin betrokken zijn. De kracht zit in de verbinding tussen mensen. In elkaar kennen, elkaar weten te vinden en bereid zijn over professionele en organisatorische muren heen te kijken.

De afgelopen periode raakte ik tijdens verschillende scholingen, bijeenkomsten en (online) overleggen in gesprek over complexe casussen in de medische kindzorg. Casussen waarbij ik zelf betrokken ben, of waarbij collega’s en samenwerkingspartners een rol spelen.
Heel verschillende situaties, maar er viel mij opnieuw iets op.
De complexiteit zat lang niet altijd alleen in de medische zorgvraag of de intensiteit van de zorg. Juist de context maakte het ingewikkeld. Er speelden vragen op verschillende kinderleefdomeinen: medisch, ontwikkeling, sociaal en veiligheid. En er waren meerdere professionals, organisaties en domeinen betrokken.
En steeds gebeurde er iets vergelijkbaars.
We kwamen verder doordat iemand een ander erbij betrok.
Even sparren met een collega. Een vraag voorleggen aan iemand uit een ander netwerk. Intervisie. Een casuïstiekbespreking. Of gewoon de situatie eens voorleggen aan iemand die vanuit een andere rol, organisatie of expertise meekijkt.
Soms kwam daar een mogelijke oplossingsroute uit die eerder nog niet in beeld was. Soms vooral een ander perspectief. En soms ontstond er een nieuwe verbinding met iemand die verder kon helpen.
Voor mij bevestigt dat opnieuw hoe belangrijk het is om te investeren in je netwerk.
Niet pas als je elkaar nodig hebt, maar juist daarvoor.
Elkaar kennen maakt samenwerken makkelijker
Rondom een kind en gezin kunnen veel mensen betrokken zijn. In het ziekenhuis, thuis, op school, binnen de gemeente, in het sociale domein en binnen het informele netwerk.
Maar betrokken zijn is niet hetzelfde als verbonden samenwerken.
Een netwerk is voor mij dan ook meer dan een verzameling contacten of organisaties rondom een gezin. Het gaat om de verbindingen tussen mensen. Om elkaar kennen, weten wat de ander kan bijdragen, elkaar durven benaderen en zelf ook benaderbaar zijn.
En misschien vooral: om nieuwsgierig te blijven naar de ander.
Niet alleen wanneer we hetzelfde zien, maar juist wanneer iemand vanuit een andere expertise, rol of verantwoordelijkheid naar een situatie kijkt.
Verbinding vraagt geen overeenstemming.
Verschillen kunnen juist van waarde zijn wanneer we bereid zijn te onderzoeken wat de ander ziet wat wij zelf misschien nog niet zien.
Ik merk steeds opnieuw hoe waardevol juist die ontmoetingen zijn. Tijdens een scholing of bijeenkomst, in een netwerkoverleg, maar net zo goed tijdens een spontaan kopje koffie.
Daar ontstaan soms ideeën en verbindingen waarvan je op dat moment nog helemaal niet weet wanneer ze van waarde kunnen zijn of het verschil kunnen maken.
Totdat er een kind of gezin is waarbij je denkt: wie zou hier eens met mij mee kunnen kijken?
En dan blijkt hoeveel kennis, ervaring, perspectieven en mogelijkheden er in een netwerk aanwezig zijn.
Samen zien we meer
Niemand hoeft alles te weten. En niemand ziet alles.
Dat is voor mij niet de zwakte, maar juist de kracht van een netwerk.
De ene professional kent het kind en gezin al jaren. Een ander brengt specifieke verpleegkundige of medische expertise mee. Weer een ander kent de mogelijkheden binnen het onderwijs, het sociaal domein of de palliatieve zorg. Iemand anders weet welke route mogelijk is wanneer een vraag verschillende domeinen raakt of bestaande mogelijkheden vastlopen.
Maar al die kennis krijgt pas echt betekenis wanneer we bereid zijn haar beschikbaar te stellen én de kennis en het perspectief van anderen te ontvangen.
Samen zien we meer.
Dat vraagt om interprofessionele samenwerking. Niet verschillende disciplines die naast elkaar ieder hun eigen stukje goed proberen te doen, maar professionals die zich ook met elkáár verbinden. Die weten wie waarvoor van betekenis kan zijn, actief afstemmen en samen proberen het geheel rond kind en gezin te blijven zien.
Want goede zorg vanuit ieder afzonderlijk perspectief leidt niet vanzelf tot goede zorg voor het geheel.
En juist daar kunnen muren zichtbaar worden. Tussen organisaties. Tussen beroepen. Tussen het ziekenhuis en thuis. Tussen zorg en onderwijs. Tussen het medische en sociale domein. Soms ook gewoon tussen mensen die elkaar nog niet kennen.
Beginnen bij kind en gezin
Kinderen met een medische zorgvraag leven niet binnen één organisatie of één domein. Zij leven thuis, gaan naar school, hebben vrienden, willen spelen, sporten en zich ontwikkelen.
Hun medische zorg is onderdeel van hun leven, niet andersom.
Daarom begint passende kindzorg voor mij steeds opnieuw met één vraag:
Wat heeft dit kind en dit gezin nodig?
Van daaruit kunnen we kijken welke zorg en ondersteuning nodig zijn en wie daaraan kan bijdragen.
Dat is ook wat mij aanspreekt in de Medische Kindzorg Samenwerking (MKS): een manier van denken en werken waarbij we breed kijken naar kind, gezin en leefomgeving en de zorgvragen en hulpbehoeften in samenhang organiseren. Niet ieder vanuit het eigen stukje, maar samen, met oog voor het geheel. Niet beginnen bij wat een organisatie toevallig aanbiedt of binnen welk systeem een vraag past, maar bij wat er nodig is.
Zorg zo nodig, waar nodig en door wie nodig.
Dat vraagt soms ook dat we een stap terug durven doen. Niet direct oplossen, maar terug naar de bedoeling. Naar de vraag achter de vraag. Naar wat voor dit kind en gezin werkelijk belangrijk is.
Ook dat is beweging.
Verantwoordelijkheid durven geven én nemen
Samenwerken zonder muren vraagt voor mij ook om verantwoordelijkheid durven geven én verantwoordelijkheid durven nemen.
Verantwoordelijkheid geven betekent voor mij dat ik niet alles zelf hoef vast te houden. Dat ik ruimte durf te geven aan de deskundigheid, rol en verantwoordelijkheid van een ander, ook wanneer die ander buiten mijn eigen organisatie werkt of ik diegene nog niet goed ken. Dat vraagt om vertrouwen, maar ook om duidelijkheid over wie waarvoor verantwoordelijk is.
Maar vertrouwen ontstaat niet vanzelf.
Het vraagt dat we investeren in professionele relaties. Dat we elkaar ontmoeten, kennis delen, vragen durven stellen en nieuwsgierig zijn naar elkaars expertise en perspectief.
Verantwoordelijkheid nemen betekent voor mij tegelijkertijd niet dat ik alles zelf moet oplossen.
Soms ligt iets buiten mijn expertise of formele verantwoordelijkheid en zie ik het wel.
Dan kan mijn verantwoordelijkheid juist zitten in signaleren. Iemand erbij betrekken. Een verbinding leggen. Of zorgen dat een vraag niet blijft liggen tussen organisaties of domeinen.
Niet alles is van mij. Maar dat betekent niet dat ik het niet hoef te zien.
Samenwerken zonder muren vraagt daarmee ook om lef. Het lef om verder te kijken dan je eigen organisatie en domein. Om iets nog niet te weten. Om hulp te vragen. Om op de deskundigheid van een ander te vertrouwen. En soms om zelf de eerste stap te zetten.
Een goede bedding voor samenwerking
Hoe meer ik met samenwerking en netwerken bezig ben, hoe vaker ik daarbij aan water denk.
Water beweegt. Soms rustig, soms krachtig. Het kan meebewegen met wat het tegenkomt en tegelijkertijd zijn weg blijven zoeken.
Maar om te kunnen stromen, is er ook een bedding nodig.
Zo zie ik dat ook bij samenwerking. Een goede bedding bepaalt niet precies waar de beweging naartoe moet, maar creëert wel de omstandigheden waarin iets kan ontstaan.
Voor mij bestaat die bedding uit ruimte, veiligheid, respect, vertrouwen en diversiteit.
Als die basis er is, ontstaat ruimte voor ontmoeting en uitwisseling. Voor nieuwsgierigheid naar andere perspectieven, het delen van kennis en ervaring, creativiteit en nieuwe ideeën.
Zo kunnen nieuwe verbindingen ontstaan. En vanuit die verbinding kan beweging groeien.
Dat beeld past voor mij heel goed bij netwerkzorg.
We hoeven niet alles vooraf dicht te regelen of precies te bepalen wie op welk moment welke stap moet zetten. We moeten er wél voor zorgen dat mensen elkaar kennen en weten te vinden, dat verschillende perspectieven er mogen zijn en dat professionals de ruimte voelen om hun kennis en kwaliteiten in te brengen.
En verbinding vraagt ook dat we zelf bereid zijn mee te bewegen.
Soms stevig op twee voeten. Soms duikend om beter te begrijpen wat er speelt. Soms meedrijvend met wat ontstaat. En soms juist tegen de stroom in wanneer dat nodig is.
Meebewegen betekent voor mij namelijk niet automatisch meegaan. Je kunt nieuwsgierig blijven naar het perspectief van een ander en tegelijkertijd blijven staan voor wat voor jou belangrijk is.
Misschien is dat ook wel wat samenwerken zonder muren vraagt: niet proberen de stroom volledig te beheersen, maar samen zorgen voor een bedding waarin kennis, perspectieven, vertrouwen en ideeën kunnen stromen, en waarin beweging kan ontstaan.
Van verbinding naar beweging
Misschien is dat uiteindelijk wat mij de afgelopen periode het meest is bijgebleven.
Beweging ontstaat niet altijd doordat we haar organiseren of doordat iemand anders vertelt welke kant we op moeten. Soms ontstaat beweging juist wanneer er voldoende ruimte en vertrouwen is om zelf een volgende stap te zetten.
Dat kan heel klein beginnen.
Een ontmoeting. Een telefoontje. Een vraag. Een naam doorgeven. Twee mensen met elkaar in contact brengen. Iemand uitnodigen die normaal niet aan tafel zit. Een ander perspectief toelaten. Een idee delen waarvan je nog niet precies weet waar het toe leidt.
En soms ontstaat er dan iets.
Kennis wordt gedeeld. Iemand ziet een mogelijkheid die een ander nog niet zag. Mensen bouwen voort op elkaars ideeën. Er ontstaat energie, creativiteit en initiatief.
Het gaat stromen. Soms zelfs bruisen.
En juist daarom geloof ik zo in het investeren in netwerken vóórdat er een ingewikkelde vraag ligt.
Niet omdat je vooraf kunt weten welke verbinding je wanneer nodig hebt, maar omdat je nooit precies weet wanneer een ontmoeting, relatie of verbinding van waarde kan zijn of het verschil kan maken.
De afgelopen periode heeft mij opnieuw laten zien hoeveel kennis, ervaring, betrokkenheid en initiatief er in en rondom de medische kindzorg aanwezig zijn.
De kunst is misschien niet om nóg meer mensen rondom een kind en gezin te organiseren.
De kunst is om ervoor te zorgen dat de mensen die er zijn elkaar werkelijk weten te vinden.
Dat we van onze eilandjes afkomen. Over professionele en organisatorische muren heen durven kijken. Nieuwsgierig blijven naar wat een ander ziet. Onze eigen kennis beschikbaar stellen én ruimte maken voor de kennis van anderen.
Want uiteindelijk zit de kracht van een netwerk niet alleen in wie erin zitten.
De kracht zit vooral in wat er tussen mensen kan gaan stromen.
Kennis. Ervaring. Perspectieven. Vertrouwen. Ideeën. Creativiteit. Energie.
En als daar voldoende ruimte, vertrouwen en verbinding voor is, kan beweging ontstaan. Beweging die uiteindelijk bijdraagt aan waar het in de medische kindzorg om draait: het kind en gezin en wat zij nodig hebben om hun leven zo goed mogelijk te kunnen leven.
Tot slot
Wie zit er in jouw netwerk met wie je de verbinding misschien al vandaag kunt versterken, zonder dat je weet wanneer die van waarde kan zijn?





Opmerkingen